• Vakmanschap
  • Leidinggeven
  • Veiligheid
  • Continu verbeteren

De toegankelijkheid van elektrische verbindingen

3

jan

3

jan

In welke mate moeten elektrische verbindingen bereikbaar zijn en wat verstaan we daar dan onder? Dat was de vraag die een lid van Uneto-VNI recentelijk stelde. Een praktisch voorval, waarbij het lichtplan werd aangepast gedurende de bouw, bracht de installateur ertoe om creatief te werk te gaan. Bij oplevering kwam er discussie met de opdrachtgever omdat een inspecteur aangaf dat de gekozen oplossing niet was toegestaan volgens NEN 1010. Maar in welke mate mag creativiteit dan worden toegepast? NEN 1010 beschrijft eisen aan de toegankelijkheid van elektrische verbindingen maar de norm geeft geen concreet antwoord op alle mogelijke praktische oplossingen. De probleemstelling is voorgelegd bij het NEN. Uiteindelijk heeft de Technische Commissie NEC 64-TC zich gebogen over de vraag in welke mate elektrische verbindingen toegankelijk moeten zijn en een antwoord geformuleerd.

De situatie

Een installateur heeft op basis van het ontwerp centraaldozen in een verlaagd plafond laten storten op die plaatsen, waar conform het lichtplan de inbouw spots zouden komen in het verlaagde plafond dat hier direct onder zou komen. Nadat deze installatie is gemaakt, wordt het verlichtingsplan aangepast. De installateur heeft er vervolgens voor gekozen om opbouw-lasdozen op de centraaldozen te monteren. Hierin zijn met klemverbindingen de draden verbonden om zo de draden te verlengen naar de nieuwe locatie waar de inbouwspots worden aangesloten.

Nadat het verlaagde plafond is aangebracht, waren sommige lasdozen niet meer toegankelijk. Voldoet de installatie dan?

NEN 1010

In NEN 1010:2015 bepaling 526.3 staat het volgende: Alle verbindingen moeten toegankelijk zijn voor inspectie, beproeving en onderhoud, met uitzondering van:
a) verbindingsconstructies die zijn ontworpen om in de grond te worden gelegd;
b) met compound gevulde of omhulde verbindingsconstructies;
c) verbindingsconstructies tussen een koude uitloper en het verwarmingselement van plafond-, vloer- en lintverwarmingssystemen;
d) een verbindingsconstructie gemaakt door lassen, solderen of hardsolderen of met hiervoor geschikt persgereedschap;
e) een verbindingsconstructie die deel uitmaakt van materieel dat voldoet aan de van toepassing zijnde productnorm.
f) Met compound gevulde of omhulde constructies zijn verbindingsconstructies zijn eenmalig te maken verbindingsconstructies die slechts destructief te verwijderen zijn

De punten d) en e) zijn in NEN 1010:2007+C1:2008+C1/A1+C1 aangevuld op NEN 1010:2007 in februari 2014.

De discussie

De zin “Een verbindingsconstructie die deel uitmaakt van materieel dat voldoet aan de van toepassing zijnde productnorm” zou je kunnen uitleggen als volgt: De centraaldoos, de lasdoos de WACO-klemmen en de toegepaste leidingen voldoen aan een productnorm dus daarmee wordt voldaan aan het geëiste. Maar wordt in deze zin “ de norm van de toegepaste producten “ bedoeld?
Antwoord van NEN NEC-64 TC NEN TC-64 haalde NEN 1010 bepaling 132.12 en bepaling 526.3 aan (beide staan in deze tekst) met de volgende opmerking: Bepaling 526.3: heeft betrekking op verbindingen die geen onderhoud behoeven. De productnorm moet dat garanderen, NEN-EN-IEC 61535 garandeert dat niet. De fabrikant moet garanderen dat de verbinding onderhoudsvrij is.

Wat betekent dit nu


De algemene eis voor bereikbaarheid kan ook worden opgemaakt uit NEN 1010 bepaling 132.12, hoofdstuk 1 Fundamentele uitgangspunten: Elektrisch materieel moet zo zijn opgesteld dat:

  • er voldoende ruimte is voor de eerste aanleg en latere vervanging van afzonderlijke onderdelen van de installatie
  • het voldoende toegankelijk is voor bediening, inspectie en het opsporen van fouten, beproevingen, reparaties en onderhoud.

Regel e) is toegevoegd in NEN 1010 om het toepassen van stekkerbare verbindingen volgens NEN-EN-IEC 61535 mogelijk te maken. NEN-EN-IEC 61535 beschrijft de eisen aan “toestelverbindingsstopcontacten bestemd voor vaste aansluiting in vaste installaties”. Met gebruik van deze connectoren kan een installatie tot een betrouwbare vaste installatie worden gemaakt.

De exacte maatvoering van pennen en bussen is echter niet vastgelegd in deze norm waardoor het niet vanzelfsprekend is dat een connector van het ene merk past op de contraconnector van het andere merk. Dat kan tot gevolg hebben, dat er een verbinding tussen deze twee connectordelen wordt gemaakt met producten volgens NEN-EN-IEC 61535, die onbetrouwbaar is. *

Standaard moeten deze verbindingen daardoor ook bereikbaar blijven. Alleen als de fabrikant kan garanderen dat de verbinding deugdelijk en passend is en onderhoudsvrij is en blijft, dan kan deze ook worden toegepast daar waar hij niet bereikbaar is zoals bijvoorbeeld in een holle wand of boven een plafond. Verbindingen met lasdoppen en lasklemmen moeten worden ondergebracht in een daarvoor geschikte, gesloten omhulling zoals een lasdoos. Ook deze doos moet zodanig worden geplaatst dat deze bereikbaar is. Met bereikbaar wordt bedoeld dat een inspecteur of monteur zonder muren weg te kappen of plafonds eruit te slopen bij de verbinding kan komen en deze daarna weer eenvoudig kan herstellen.

*NPR5310-521:2016 geeft nadere informatie over stekerverbindingen

Door: Anton Kerkhofs