• Vakmanschap
  • Leidinggeven
  • Veiligheid
  • Continu verbeteren

BLOG: Installatieautomaat

20

dec

20

dec

Voor het opleveren van een installatie moet ik de installatie inspecteren. Nu meet ik bij de installatie, zonder dat verbruikende toestellen zijn aangesloten, een verlaagde weerstand tussen de fase- en nulleiding. Volgens mij zit hem dit in de installatieautomaat. Hoe zit dat?

undefinedBij de meeste beveiligingscomponenten die worden toegepast in een meterkast of in een schakel- en verdeelinrichting, is de isolatieweerstand tussen L en N zodanig hoog dat bij een meting een oneindig hoge isolatieweerstand wordt gemeten. Voorbeelden van deze componenten zijn smeltveiligheden met een extra contact voor de N, installatieautomaten en aardlekautomaten.

Echter, bij een aardlekautomaat van het Sloveense merk eti blijkt de isolatieweerstand tussen L en N circa 210 kW te bedragen. Als de aardlekautomaat in de ‘uit-stand’ staat is aan de bovenzijde tussen L-N de waarde van de isolatieweerstand circa 210 kW. In de ‘aan stand’ wordt deze lage weerstand aan zowel de boven- als onderzijde tussen L en N gemeten.

Normcommissie

In NEN 1010, bepaling 61.3.3, staat op welke wijze de isolatieweerstand van een elektrische installatie moet worden gemeten. De meting moet plaatsvinden tussen de actieve geleiders en de met de aardingsvoorziening verbonden beschermingsleidingen. In de Nederlandse aanvulling staat beschreven dat aanvullend ook de isolatieweerstand tussen de actieve delen onderling moet worden gemeten, dus tussen de fasen onderling en tussen de fase(n) en de nulleiding. De isolatieweerstand moet bij een installatie die wordt bedreven met de nominale netspanning 230/400 V, minimaal 1 MΩ  bedragen. De meting moet worden verricht met een beproevingsspanning van 500 Vdc.

In bepaling 61.3.3 staat beschreven: ‘Wanneer de mogelijkheid bestaat dat beveiligingstoestellen tegen overspanning of ander materieel, de inspectie beïnvloeden of dat deze worden beschadigd, moet dit materieel worden afgeschakeld voordat de isolatieweerstandproef wordt uitgevoerd.

Als deze aardlekautomaten worden toegepast moet dus de isolatieweerstand van de afgaande installatie worden gemeten voordat de leidingen op de aardlekautomaat worden aangesloten.

Bij navraag bij de normcommissie blijkt dat dit component wel voldoet aan de productnorm en dat de verlaagde isolatieweerstand wordt veroorzaakt door de belasting van de inwendige elektronica.
Voor installateurs of inspecteurs is het belangrijk de eigenschap van deze aardlekautomaat te weten.

Gebruikelijk is het namelijk dat de isolatieweerstand tussen L en N van een dergelijk beveiligingstoestel oneindig hoog is. Je wordt bij het verrichten van een isolatiemeting in een installatie met deze aardlekautomaten op het verkeerde been gezet. Een logische conclusie zou namelijk zijn dat er een verlaagde weerstand in de installatie zit door een foute montage of een aangesloten toestel. Dat blijkt dus nu niet zo te zijn. De verlaagde weerstand zit in het beveiligingscomponent.

 

Door: Anton Kerkhofs